Blog

Re-integreren voor dummies

Verschenen in de verhalenbundel ‘Welkom in mijn hoofd’ van uitgeverij Tobi Vroegh

Sinds augustus 2016 hoor ik niet meer bij ‘normaal’ werkend Nederland. Ik stap niet meer op mijn fiets, in de trein, bus of laat staan auto (ik mag van het CBR geen rijbewijs – niet alleen BN’ers hebben daar last van) om acht uur ’s ochtends met mijn aktetas in de hand. Oké, zo’n type ben ik nooit geweest, maar toch. Ik doe niet meer mee. In augustus 2016 werd ik ziek en was ik niet meer op mijn werk te vinden, ook niet thuis overigens. In de jaren daarna heb ik door intensieve behandeling alleen maar tijd gehad voor freelance werk. Heel leuk, maar niet uitdagend genoeg en tegelijkertijd gekmakend door een gebrek aan structuur (plus: financieel niet toereikend). Dus, sinds eind vorig jaar ben ik op zoek naar een baan. Een grotemensenbaan, terwijl ik me, toch al 27 jaar tellend, allesbehalve een groot mens voel.

Momenteel heb ik een aantal sollicitatiegesprekken, meerdere jobcoachgesprekken en helaas ook terugvallen en crisisinterventies achter de rug. Een baan vinden (of zoals mijn jobcoaches het noemen: terugkeren naar het arbeidsproces) en psychisch kwetsbaar zijn blijkt zo makkelijk nog niet. Ik ben ineens die ‘langdurig zieke’ – binnenkort stopt mijn uitkering. Er bestaat blijkbaar zoiets als TE LANG ziek zijn. Ik moet dus echt aan de bak en ik wíl ook weer werken. Ik wil vooruit in mijn leven, niet meer stilstaan of zelfs achteruit. Want zo voelt het voor mij: door de opnames, medicatie en behandelingen ben ik dommer, trager en minder geconcentreerd geworden. Daarentegen heb ik ontzettend veel over mezelf geleerd en weet ik wat mijn grenzen zijn. En wanneer ik daaroverheen ga.

Tijdens een sollicitatiegesprek komen die grenzen al benauwend dichtbij. Ik moet me lang concentreren op mijn gesprekspartners en op de vragen die worden gesteld. Omdat ik zenuwachtig ben, voel ik de angst stijgen en worden de dwanggedachten in mijn hoofd erger. Terwijl ik naar mijn gesprekspartners luister, hen in de ogen kijk, mijn antwoorden of vragen voorbereid denk ik tegelijkertijd aan het wel of niet op slot zitten van de deur van de gesprekskamer en tel ik in mijn hoofd steeds opnieuw tot acht. Onder de tafel pulk ik aan mijn nagelriemen terwijl ik glimlachend vertel over mijn werkervaringen. Ik ben nu gelukkig zo ver dat ik durf te zeggen dat ik geen antwoord heb of iets niet weet, maar helaas nog niet zo ver dat ik het laat om mezelf daarvoor in mijn hoofd uit te schelden. En terwijl ik vertel over mijn positieve eigenschappen trek ik het vel van mijn vingers en overtuig mezelf ervan dat er niemand is die mij ooit wil aannemen omdat ik de grootste mislukkeling op aarde ben.

Na elk sollicitatiegesprek voel ik me meer afbrokkelen en zicht op een toekomst verliezen. In elk gesprek voel ik me een bedrieger. Ik hoor mezelf dingen zeggen over mijn vaardigheden en kwaliteiten, maar kan ik die eenmaal op het werk wel waarmaken? Niet voordat ik me op de betreffende plek veilig voel en gewend ben. Om dat voor elkaar te krijgen zou ik taken, verantwoordelijkheden en uren langzaam willen opbouwen. Maar voor mij tien andere potentiële werknemers die wel meteen kunnen starten. Dus waarom zou je mij aannemen?

Nogmaals: ik wil graag aan het werk, maar ik weet niet hoe. Ik ben nog niet ‘beter’ en ik weet ook niet wanneer ik dat wel word. Maar ik heb wel veel te bieden, dat komt er alleen niet uit in één gesprek. Ik heb meer begeleiding nodig dan een andere werknemer, maar ik krijg alleen een jobcoach die me vertelt hoe ik sollicitatiebrieven schrijf. Na het sturen van een voorbeeld van mijn sollicitatiebrief zei de jobcoach overigens: ‘o, dat hoef ik je dus niet te vertellen.’

Is er dan echt zo weinig bekend over het begeleiden van psychiatrische patiënten bij re-integratie? Uit onderzoek blijkt dat maar liefst negen van de tien (!) mensen met een ernstige psychiatrische aandoening in de jaren na herstel maatschappelijk niet goed kunnen meekomen (Trouw, 03/01/2018). Er is blijkbaar ‘flink bezuinigd op voorzieningen om psychiatrisch patiënten te begeleiden bij terugkeer in de maatschappij’. De onderzoeker, Stynke Castelein, is in 2018 de eerste hoogleraar psychisch herstel van Nederland. De eerste! Voor 2018 was zo’n hoogleraar er dus nog niet eens.

Ook spelen stigma’s een rol: ‘Zou jij, als je een half jaar niet op je werk bent geweest, zeggen dat je stemmen in je hoofd hebt; dat je het leven even niet meer zag zitten? Psychische problemen worden niet voor niets het laatste taboe genoemd’, merkt Castelein terecht op. Elke keer neem ik me voor om eerlijk te zijn over mijn situatie tijdens een sollicitatiegesprek, maar keer op keer voel ik me te onveilig om eerlijk te zijn. Mijn psychische aandoeningen zijn namelijk niet mijn beste eigenschappen en met het me super kwetsbaar opstellen bij onbekende mensen heb ik lang niet altijd een prettige ervaring gehad. Niet iedereen reageert vriendelijk, maar ik zou het zo prettig vinden, zoals Castelein ook zegt, ‘als we allemaal iets liever zijn voor elkaar’.

Samen Sterk Zonder Stigma, de organisatie waar ik als ervaringsdeskundige ambassadeur voor ben, heeft een project lopen voor meer diversiteit op de werkvloer. Er is diversiteitsbeleid nodig ‘waarbij niet alleen gekeken wordt naar diversiteit op het gebied van leeftijd, geslacht en afkomst, maar ook naar psychische diversiteit’. Het is belangrijk om mensen met psychische aandoeningen gelijke werkkansen te geven, maar dit gebeurt nog te weinig. Of: dat wordt nog te weinig mogelijk gemaakt. In mijn ideale wereld kan ik eerlijk zijn over mijn psychische aandoeningen en mijn valkuilen die daarbij horen. Ik kan vragen om een opbouw in taken en uren, zonder daarom veroordeeld te worden of een tegenprestatie te moeten leveren. Ik kan op mijn werk mezelf zijn – bang, onstuimig en snel overprikkeld, maar ook: hardwerkend, leergierig en enthousiast.