In gesprek met

IN GESPREK MET (I): Mirte

Mijn website gaat over mij. Dat is logisch, maar ook een beetje saai. Daarom heb ik een rubriek in het leven geroepen: IN GESPREK MET. Ik ga in gesprek met mensen die ik interessant vind en stel vragen, veel vragen. Van dat gesprek maak ik een verslag en plaats ik op mijn website. Zo komen er meer verhalen die niet van mij zijn, maar wel door mij vormgegeven. Het thema blijft mentale gezondheid.

Mijn eerste gast is Mirte. Ik kwam op het idee voor deze rubriek toen ik Mirte onlangs zag en sprak. Haar passie en enthousiasme prikkelt me en ik vind haar een bijzondere vrouw. Wel een vrouw met rafelrandjes, maar daar hou ik van. Mirte cijfert zichzelf nogal weg en vindt het moeilijk om haar eigen verhaal te vertellen of op te schrijven. En toen dacht ik: nou, dan doe ik dat toch.


(On)zichtbaar lijden

Hoi Mirte, hoe gaat het? Leuke vraag, hè? ‘Een vreselijke vraag, waar ik eigenlijk automatisch ‘goed’ op antwoord. Dat heb ik me als kind zo aangeleerd, omdat ik dacht dat dat is hoe je je hoort te voelen. Ook uit zelfbescherming, denk ik. Om maar niet te hoeven voelen dat het niet zo goed met me gaat. Want zo gaat het eigenlijk altijd met me: niet zo goed.’

Mirte legt uit dat het woord ‘goed’ sowieso een andere betekenis heeft voor haar. Goed staat niet voor ‘je oké voelen’, want ze weet niet hoe dat voelt. Goed betekent voor Mirte dat ze stabiel is; dan slaapt ze redelijk, kan ze werken en staat ze open voor andere mensen. Maar of ze zich daar dan ‘goed’ bij voelt?

We zijn het erover eens dat dat ook iets is van de maatschappij: je moet je maar goed voelen. En het vooral ook druk hebben. Het beste antwoord op de vraag ‘hoe gaat het’, lijkt tegenwoordig te zijn: ‘ja, druk, hoor’. Er is weinig ruimte voor verdriet en je ongelukkig voelen. Als je even niet meedoet met het huisje, boompje, beestje-ideaal, wijk je af. En afwijkend zijn is tegenwoordig eng.

TZITZO MAGAZINE

Hoe kennen wij elkaar? ‘We zijn allebei ambassadeur van Samen Sterk Zonder Stigma, waarbij we ons inzetten om het taboe wat er bestaat rondom psychische aandoeningen te verminderen. Eigenlijk leerde ik jou kennen via je blogs, waarin ik me zo ontzettend herken. Afgelopen februari deed ik een oproep binnen de ambassadeursgroep wie er mee wilde werken aan een magazine, jij reageerde meteen vol enthousiasme en zit nu in de eindredactie.’

Mirte is van huis uit grafisch ontwerper en heeft ervaring met het maken van magazines. Voor Samen Sterk is ze op eigen initiatief begonnen aan het maken van een magazine over stigmatisering. Volg haar project hier: TZITZO Magazine.

ZICHTBAARHEID

Dat waren de sociale verplichtingen, nu het echte werk. Mirte en ik spraken elkaar onlangs bij uitgeverij Tobi Vroegh en zagen de flyer voor een verhalenwedstrijd met thema Zichtbaarheid. We raakten over dat thema in gesprek en herkenden in elkaar het gevoel van anders-zijn dat we allebei al jong hadden.

Mirte: ‘Ik herinner me als kind nog heel goed het verlangen om te verdwijnen, om onzichtbaar te zijn. Laat mij maar opgaan in het behang, dacht ik altijd. Op latere leeftijd werd dat verlangen een verlangen naar de dood. Op de middelbare school kreeg ik bovendien te maken met faalangst en een dwangstoornis. Iets wat ik angstvallig verborgen probeerde te houden voor de buitenwereld. Het vwo viel me zwaar en sociaal deed ik heel erg mijn best om door iedereen aardig gevonden te worden. Vanbinnen werd ik langzaam steeds depressiever.’

Na de middelbare school wilde Mirte grafisch ontwerper worden en werd ze aangenomen op Kunstacademie in Arnhem. Het werd een heel zwaar jaar, met alleen maar presteren. Niet alleen op school, maar ook in de nieuwe stad met nieuwe mensen. De combinatie van prestatiedwang en een heftige dwangstoornis resulteerde in een burn-out. Het tweede jaar kwam eraan, maar de burn-out werd een zware depressie. Mirte werd toen voor het eerst opgenomen.

Na die opname was Mirte van plan om ‘gewoon’ weer mee te doen met de maatschappij, ze moest van zichzelf. Met een posterontwerp won ze de Young Creative Award, gevolgd door een aanbod om bij een reclamebureau te gaan werken. Mirte: ‘Daar hervond ik mijn passie. Vol goede moed besloot ik mijn opleiding af te maken. Ik forceerde mezelf om het diploma te halen, ging over mijn eigen grenzen heen en belandde daarna weer depressief in bed. Het plan om als grafisch ontwerper een baan te vinden viel hiermee het water. Ik voelde me zwak, waardeloos en was radeloos. Mijn verlangen naar de dood groeide met de dag.’

HET ONGELUK

Even een redactie-aantekening van mij tussendoor. Dat verlangen herken ik maar al te goed. Het gevoel dat er niets meer lukt, dat je jezelf zo’n slecht mens voelt, dat je overtuigd bent van het idee dat je echt niet meer met jezelf kunt leven. Het hebben van een doodswens. Ik weet ook hoe moeilijk het is om hierover te praten. Niet alleen omdat andere mensen ervan schrikken en niet weten wat ze ermee moeten, maar ook omdat het voor mijzelf traumatisch is om terug te gaan naar mijn suïcidepogingen. Ik weet echter ook hoe belangrijk het is om die momenten te verwerken, te accepteren dat ze zijn gebeurd en dat het mij is óverkomen in plaats van dat ik mezelf er continu voor blijf straffen. Daarom vind ik zo onwijs krachtig en bijzonder dat Mirte haar suïcidepoging met de wereld wil delen.

Een triggerwaarschuwing is op z’n plaats hier, maar ik vind triggerwaarschuwingen ook weer iets stigmatiserends hebben. Suïcidepogingen en zelfbeschadiging zijn gevolgen van een mentale black-out, momenten waarop je echt niet meer rationeel kunt nadenken. Momenten waarop de nood zó hoog is, de wanhoop je lijkt te wurgen. Het is heftig, maar het gebeurt. En wij, nabestaanden (+ naasten) van onze eigen ongelukken, moeten er voor de rest van ons leven mee door. Met die vaak zichtbare gevolgen van onze ongelukken. Als ik mensen waarschuw voor triggers, waarschuw ik mensen dus eigenlijk voor onszelf. Voor de mensen die wij zijn, met de zichtbare gevolgen van onze ongelukken.

We willen die ongelukken niet benoemen om aandacht te trekken, maar wel om aandacht te krijgen. Aandacht voor de eenzaamheid die de ongelukken brengen, aandacht voor het gevecht om in leven te blijven, aandacht voor het onzichtbaar lijden.

Dat gezegd hebbende, terug naar Mirte: ‘Op een avond wilde ik echt verdwijnen en niet meer gevonden worden. Ik haalde wasbenzine uit de garage, overgoot mezelf ermee en stak mezelf in brand. Als ik had beseft wat daar de gevolgen van zouden zijn… Er waren onoverzichtelijk veel gevolgen, maar onzichtbaar worden was er niet een van. Ik werd er eerder veel zichtbaarder door. En in plaats van geen last meer zijn voor anderen werd ik een grotere last: behalve psychische zorg had ik nu jarenlang ook fysieke zorg nodig.’

HERSTEL

Mirte heeft al eens eerder haar verhaal verteld, toen ze werd geïnterviewd voor Infocus, het blad van de Vereniging van Mensen met Brandwonden. Dat is een mooi interview geworden en terug te lezen op de website van Samen Sterk Zonder Stigma.

Ik schrok toen ik las dat Mirte tien jaar lang heeft verzwegen wat er precies is gebeurd, omdat ze zichzelf de schuld gaf van het ongeluk. Ze durfde niet eerlijk te zijn – ook niet naar de hulpverlening, bang voor de reacties. Dan heb ik het hier over de psychiatrische hulp. Over de lichamelijke hulp is Mirte heel positief: ‘Je wilt niet weten hoeveel mensen er voor me klaar stonden voor mijn fysiek herstel. Plastisch chirurgen, verpleegkundigen, revalidatieartsen, huidtherapeuten, fysiotherapeuten, allemaal dachten ze met me mee over hoe ik er weer bovenop kon komen. Ik was overweldigd door de kunde, betrokkenheid en zorgzaamheid.’

Voor de mentale hulp klopte ze overal aan, maar kreeg vooral dichte deuren te zien. ‘Toen ik eindelijk met ontslag mocht uit het brandwondencentrum en niet bij krachten was het huis te verlaten, weigerde mijn psychotherapeute, bij wie ik al enkele jaren kwam, bij mij op bezoek te komen. Dan moest ze voor meer mensen een uitzondering gaan maken, daar kon ze niet aan beginnen. Ik mocht op meerdere plekken voor een intake komen, maar werd overal geweigerd omdat ik er te heftig uitzag voor andere cliënten.’

Later werd Mirte wel opgenomen, op een PAAZ-afdeling, maar daar werd ze vooral volgestopt met medicatie zonder behandeling. ‘Eindelijk hulp zou je denken, maar in plaats van dat ik kon praten over wat er gebeurd was werd ik volgestopt met, achteraf onverklaarbare, medicatie. Ik kwam tijdens die opname in drie maanden tijd 40 kilo aan. In een jaar tijd was ik verbrand en dik, ik voelde me compleet waardeloos. Nee, onzichtbaar was ik absoluut niet meer!’

Mirte voelde zich ontzettend onbegrepen door de hulpverlening. Haar behandelaren gaven haar het gevoel alsof ze iets heel doms had gedaan. Therapeuten die absoluut niet begrepen wat er met Mirte aan de hand was en niet eens konden invoelen welke ernstige gevolgen een depressie kan hebben. Eén van haar therapeuten zei zelfs: ‘ja, ik ben ook weleens in de war, maar dan steek ik mezelf toch niet in brand?’

ZORG

Wie mij een beetje kent, weet dat ik hier ontzettend boos van word. Er is zo ontzettend veel mis met het ggz-systeem. Te heftig uitzien voor andere cliënten?! Volstoppen met medicatie zonder therapie?! Zo’n opmerking van zo’n therapeut?! En dan nog eens het feit dat Mirte als gevolg zich nergens veilig genoeg voelde om eerlijk te zijn over haar brandwonden. Met zelfstigma als cadeau. Mirte was ervan overtuigd dat ze niet mocht praten over haar ongeluk, omdat het toch haar eigen schuld was.

Mijn hart breekt. Hoe kan het dat er geen enkele therapeut was die Mirte de kans gaf om zich veilig te voelen? Om haar als mens te behandelen? Waarom word je dan in hemelsnaam therapeut? Wanneer ik aan Mirte vraag hoe het komt dat ze (gelukkig!) toch haar echte verhaal is gaan delen, blijkt maar weer dat ik gelijk heb wat betreft de inhoud van goede zorg. Goede zorg=oprechte aandacht.

Mirte: ‘Ik kwam uiteindelijk in een derdelijns-instelling terecht en daar trof ik een casemanager die meer in mij zag dan ik nog in mijzelf kon zien. Hij zag mij als mens en niet als patiënt, zoals de rest van de hulpverlening mij zag. Hij gaf mij de opdracht te gaan onderzoeken wie ik was als mens. In feite zei hij: word weer zichtbaar! Met veel weerstand en het gevoel gigantisch te zullen falen, ging ik de zoektocht aan. De verandering van kijken naar wat ik allemaal WEL kon in plaats van wat ik allemaal NIET kon, gaf mij moed het leven weer aan te gaan!’

OPENHEID

Mirte vertelt dat ze zichzelf nu pas niet meer de schuld geeft van haar ongeluk. ‘Die avond kon ik niet meer helder denken, ik zat in een zwarte tunnel, waar niemand mij meer uit kon halen. Ik kwam op het ‘point-of-no-return’, ik kon niet anders dan het doen. Ik noem het ook pas sinds kort ‘een ongeluk’. Iets waarover ik het recht heb om te rouwen.’

Uit eigen ervaring weet ik dat openheid leidt tot meer zichtbaarheid. En dat is niet altijd even leuk en makkelijk. Hoe ga jij daarmee om? ‘Nu ik ervoor gekozen heb geen pony meer over mijn littekens op mijn voorhoofd te dragen en ik oefen met korte mouwen en in een korte broek hardloop, krijg ik eerder vragen. Maar ik ben klaar voor die vragen, liever vragen dan staren. Want ik leg tegenwoordig uit waardoor ik verbrand ben, als er iemand tegenover me staat die oprecht geïnteresseerd is. En in sommige gevallen kies ik voor ‘huisbrand’, daar lieg ik niet mee, maar vind het soms niet gepast om erover te beginnen of ik heb er geen zin in, dat kan ook.’

Wat is positief aan meer zichtbaar zijn? ‘Ik ben nu mijn ruimte aan het innemen. Ik mag bestaan, ik mag gelukkig zijn. Ik heb het recht om iets te doen waar mij hart sneller van gaat kloppen. Als ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma vertel ik mijn verhaal, omdat míjn verhaal ook gehoord mag worden. En bovenal omdat ik merk dat ik er anderen mee kan helpen en hun weg in herstel een stukje minder eenzaam kan maken.’

Mirte: ‘En ik ben dankzij Samen Sterk uitgekomen bij mijn passie, ik ging terug naar waarom ik ooit de Kunstacademie ging doen, om een magazine te maken. En daar ben ik nu volop mee bezig. Een magazine om openheid te geven aan mentale gezondheid, om zo het taboe te verminderen. Als hoofdredacteur van Tzitzo moet ik mijn ruimte innemen, moet ik mensen enthousiasmeren om mee te werken en moet ik dus wel zichtbaar zijn! Het is voor mij meer dan alleen een blad maken, het is ruimte durven innemen en hierdoor bouwen aan mijn eigenwaarde. Voelen dat ik het waard ben om een mooi leven te mogen leven, ondanks dat ik me niet altijd zo goed voel.’

Mirte is hoofdredacteur van Tzitzo Magazine en eigenaar van Studio Zondag.

2 Comments on “IN GESPREK MET (I): Mirte

  1. Boeiend maar ook verdrietig en wederom geschrokken hoe zorgverleners kunnen reageren. Wat een sterke vrouw!

  2. Marion schreef:

    Zo herkenbaar. Knap van jou dat je nu toch de rust in jezelf hebt gevonden om door te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *