Aan mijn GGZ-instelling

Stel je het volgende voor: je bent jong en kwetsbaar, een kind nog. Je staat in een boomrijk bos. Alle andere kinderen zijn groot en sterk en rennen tussen de bomen door, slingeren van top naar top, naar elkaar toe, van elkaar af. Jij doet niet mee. Je hebt een boomhut gebouwd in een van de hoogste bomen. Af en toe durf je een blik te werpen op de buitenwereld vol met grote, sterke, levenslustige kinderen. Jij zit hoog en veilig in je boomhut, maar wel alleen. Heel lang alleen. Totdat je op een dag, na veel zoeken en proberen, de juiste hulptroepen hebt gevonden. Mensen die met jou in die boomhut willen zitten. En je helpen langzaam naar beneden te gaan, je laten zien dat jij eigenlijk ook zo’n groot, sterk en levenslustig kind bent. Maar net voordat je daar bent, wordt de boom omgehakt.

Hoe de GGZ bomen omhakt
Ik ben dat jonge, kwetsbare kind in de boomhut. Metaforisch gesproken dan. Onlangs ben ik 27 geworden en daarmee ‘vier’ ik mijn tiende jaar in de GGZ. In al die jaren voel ik me nu, in mijn huidige behandeling, voor het eerst thuis. Eindelijk heb ik een behandeling gevonden (en daarmee ook hulpverleners) die uitstekend bij mij aansluit(en). Sinds 8 maanden volg ik ISTDP: Intensive Short-Term Dynamic Psychotherapy (lees hier meer). Ik ga met sprongen vooruit, klim samen met mijn behandelaars uit mijn boomhut. Maar daar is de houthakker: de GGZ-instelling waar ik ISTDP volg, stopt met het aanbieden van deze specialistische behandeling.

De eerste reactie van mijn naasten was: ‘dat kan toch helemaal niet!’ Het kan dus wel, zeker in een tijd waarin ziekenhuizen failliet gaan en de deuren moeten sluiten. Na een klein onderzoek in mijn omgeving weet ik dat mijn situatie niet op zichzelf staat. Deeltijdbehandelingen die halverwege plotseling stoppen, omdat er geen budget meer is voor een psychiater. Een cliënt die samen met haar ouders een systeembehandeling volgde, waar ook geen budget meer voor was. Haar behandeling lag een jaar (!) stil en nu heeft ze gehoord dat een systeembehandeling niet meer zinvol is, omdat er te veel tijd tussen de gesprekken heeft gezeten. Opnieuw starten met de behandeling zou zelfs schadelijk zijn.

Complexe problematiek vraagt om een specialistische behandeling
De keuze van de GGZ-instelling om te stoppen met het aanbieden van de specialistische behandeling ISTDP is niet alleen schadelijk voor mijn herstelproces, maar ik vind het ook zo moeilijk te begrijpen. Wat moeten mensen zoals ik dan, mensen met zogenoemde complexe problematiek? Voor de liefhebbers van labels en hokjes: officieel ben ik gediagnosticeerd met obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsproblematiek (ocps), trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis, obsessieve compulsieve dwangstoornis (ocd), een gegeneraliseerde angststoornis en een recidiverende depressieve stoornis. Ik zie mezelf liever als een mens die leven vaak moeilijk vindt. Officieus gezegd: ik heb een complexe persoonlijkheid, maar ik ben ook heel leuk.

Hoe dan ook, complexe problematiek vraagt om een specialistische behandeling. En een behandeling die bij mij past, die bij mij als méns past. Ik heb die behandeling lang genoeg gezocht: van cognitieve gedragstherapie en schematherapie naar Mentalization Based Treatment, EMDR en ‘natuurlijk’ farmacotherapie. De ene behandeling hielp meer dan de andere. Sommige behandelingen hebben me helaas meer ontregeld. Dat kan nu eenmaal gebeuren. Psychische aandoeningen blijven moeilijker te behandelen dan een gebroken been. Maar nu weet ik en voel ik aan alles: ISTDP gaat mij zo enorm vooruithelpen. Uit onderzoek blijkt dat ISTDP ‘tot blijvende positieve veranderingen leidt en dat ook na de behandeling de cliënt zich positief blijft ontwikkelen (…) Hierdoor respecteren cliënten zichzelf meer en zorgen zij beter voor zichzelf, meer in overeenstemming met hun behoeftes en verlangens’ (bron: NVPP).

Relatie tussen cliënt en therapeut
Toch ben ik genoodzaakt te stoppen, ik word hiertoe gedwongen door de GGZ-instelling. ‘Kun je nergens anders heen?’ Ja, ik zou ISTDP bij een andere therapeut kunnen volgen, maar dit heeft verschillende nadelen. Ten eerste, heel praktisch: er zijn niet veel ISTDP-therapeuten en al helemaal niet dichtbij mijn woonplaats. Dat zou betekenen dat ik heen en weer moet reizen, wat naast geld ook veel energie kost. Ten tweede, heel belangrijk: de ISTDP-behandeling valt en staat bij een goede relatie met de therapeut. Net zoals bij andere behandelingen is de werkrelatie tussen cliënt en behandelaar ontzettend belangrijk, maar bij ISTDP is het ook een onderdeel van de behandeling. ISTDP heeft geen zin als er geen gelijkwaardige en actieve samenwerking is tussen therapeut en cliënt. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan die relatie. Wisselen van therapeut betekent eigenlijk dat de behandeling opnieuw moet worden gestart. Ik zou moeten wennen aan de nieuwe therapeut, opnieuw aftasten, het proces van vertrouwen opbouwen opnieuw ingaan en opnieuw onderzoeken hoe de communicatie verloopt.

Zo werkt dat voor iedere cliënt bij een nieuwe therapeut, bij ieder mens die een nieuw mens leert kennen, eigenlijk. Ik wil daar als psychisch kwetsbaar mens nog aan toevoegen dat ik me erg sterk kan hechten aan hulpverleners en me (nog) moeilijk kan onthechten. Het idee dat ik moet stoppen met ISTDP en mijn herstelproces dus stokt, maakt me al wanhopig. Maar dat ik afscheid moet nemen van mijn huidige behandelaars, die zo goed voor me zorgen en bij wie ik nu na acht maanden eindelijk mezelf durf te laten zien, maakt me intens verdrietig. Daarbij komt het machteloze, moedeloze gevoel; ik heb namelijk geen enkele invloed! Ik, als cliënt, als mens, heb geen enkele invloed op mijn herstelproces in deze situatie. Terwijl ik heel goed weet wat goed voor me is, namelijk: mijn ISTDP-behandeling afronden bij mijn huidige behandelaar.

Beste GGZ, omdat ik mijn boomhut niet meer in wil, stel ik de volgende vraag: wanneer mag ik nu eindelijk eens de baas zijn van mijn eigen herstel?

Gerelateerde artikelen