Persoonlijk

Het is oké, ik blijf erbij

Eerder gepubliceerd op dsmmeisjes.nl (14/10/2020)

Een tijdje geleden sprak ik met iemand over haar ervaringen met een nieuwe therapeut. Ze vertelde dat de nieuwe therapeut haar de tijd geeft om uit een dissociatie te komen. ‘Er was geen haast, het was oké. Ze bleef erbij.’ Direct gebeurde er bij mij wat: mijn armharen overeind, een zwaardere ademhaling en een brok in m’n keel om weg te slikken. 

Het is oké, ik blijf erbij.

De zin raakt me. Het raakt me, omdat ik het zo vaak nodig heb gehad dat iemand dit tegen me zei. Het raakt me, omdat ik het veel te weinig heb gehoord.

Of het nu door onze huidige manier van leven komt in de onzekere en onduidelijke anderhalvemetermaatschappij, waardoor ik continu waakzaam ben, of doordat mijn afweermechanismen die ik al drie jaar in therapie probeer te doorbreken, eindelijk afbrokkelen. Hoe dan ook, ik ben de laatste tijd steeds vaker het angstige, kleine meisje dat ik vroeger was. Elke opgeheven vinger, woordenwisseling of stemverheffing kan ervoor zorgen dat ik het hier en nu kwijtraak.

Het is oké, ik blijf erbij.

Wat heb ik een verlangen naar iemand die ziet hoe ik worstel, die datgene waarmee ik worstel valideert, die oordeelt noch verklaart. Iemand die er is en blijft; bij de momenten waarop ik het niet meer weet, wanhopig ben, niet meer wil leven, mijn compulsies de overhand nemen en vooral wanneer ik niet meer ‘hier’ ben. Wanneer ik weg ga, wil ik dat de ander blijft. 

Het is oké, ik blijf erbij.

De zin als een mantra herhalen: het zou fijn zijn als het voldoende is, als ik voldoende zou zijn voor mezelf. Ik word altijd lichtelijk agressief als mensen zeggen dat je eerst van jezelf moet houden voordat je open kunt staan voor liefde van een ander (behalve wanneer RuPaul het zegt, dan mag het). Hoe moeten wij van onszelf houden als ons dat nooit eerder is voorgedaan? 

De afgelopen dagen probeer ik een liefdevolle verhouding aan te gaan met mezelf en specifiek met mijn lichaam. Dat is wat mij betreft een voorwaarde voor gelukkigere dagen. Er is een tijd geweest dat ik mezelf alleen ‘lekker eten’ gunde als ik hard had gesport, later kwam juist een tijd dat ik besloot niet meer te compenseren en mezelf altijd te gunnen wat ik wilde. Door dat laatste raakte ik een bepaalde regie kwijt over de manier waarop mijn lichaam eruitzag, met als gevolg dat ik de verbinding met mijn lijf kwijtraakte. Ik werd enkel bozer en bozer op mijn lichaam, het lichaam dat al zo veel te verduren heeft gehad, dat zo weinig respect heeft gekend. 

Het is oké, ik blijf erbij.

Nu ben ik op zoek naar een balans: ik probeer te volgen wat mijn lichaam nodig heeft aan zowel voeding als inspanning. Ik probeer mijn huid beter te verzorgen. En heel belangrijk: ik probeer de herinneringen die ergens in mijn lijf zijn verstopt, aandacht te geven. 

Het is nieuw voor me; dat ik ook nog een lichaam heb onder mijn hoofd. Dat hoofd: daar ging het om, daar kwam in ieder geval iets uit, daar kreeg ik positieve reacties op, dat voedde ik met kennis en woorden. Dat aanhangsel, dat lichaam, ja, dat gaf ik af en toe weg.

Het is oké, ik blijf erbij.

In de verte hoor ik iemand dit zeggen, maar het lukt me nog niet er helemaal op te vertrouwen. Het is iemand die ik al drie jaar ken, die niet tegen zijn wil tegenover me zit, die er zelfs geld voor krijgt, die zijn werk doet, die in principe veilig is. Ik hoor hem vragen of ik er nog ben en of ik hem aan wil kijken, om contact te maken, om te ervaren dat ik de dingen niet alleen hoef te doen, niet alleen hoef te dragen. Maar binnenin mij heerst de angst, de angst om afschuw in zijn ogen te zien, de angst om afwijzing te zien, de angst om onbegrepen te blijven en verlaten te worden. Mijn herinneringen echoën: ‘het zou niet de eerste keer zijn’ en ‘jezus, stom, raar, idioot kind, doe eens normaal’ en ‘je bent je zó aan het aanstellen’. 

Het zijn herinneringen die soms zo de overhand nemen dat ik niet meer weet wat echt is en wat niet. Want ook wanneer ik het wel durf, de man tegenover me aankijken, zie ik alles waar ik bang voor ben. Het is een en al projectie, of: zie ik écht dat hij boos op me is, ongeduldig wordt, op de klok kijkt, mij liever kwijt is dan rijk? Mijn hoofd heeft genoeg potentie om mezelf hiermee helemaal gek te maken. Wat heb ik gezien? Was dat ‘waar’ of mijn interpretatie? Bestaat er überhaupt zoiets als een objectieve werkelijkheid? Kan ik vertrouwen op mijn eigen ogen? 

Het is oké, ik blijf erbij.

Ik verdwijn in mijn hoofd, probeer daar ergens een lade te vinden met bewijs om de opkomende onrust over ‘de werkelijkheid’ en ‘de waarheid’ en ‘het leven’ te minimaliseren. De man op de stoel vraagt me opnieuw of ik er nog ben. En ik denk: o ja, dat ook nog, ik moet nog wel even de leuke patiënt zijn, anders mag ik volgende week niet meer komen. Ik hoor mezelf iets zeggen, maar heb geen idee waar de woorden vandaan komen. Ik lach, maar er valt niets te lachen. Ik twijfel of ik sowieso nog wel mag komen volgende week, heb ik me niet verschrikkelijk misdragen? Ben ik niet de hele boel aan het faken, eigenlijk? Heeft hij me door?

Het is oké, ik blijf erbij.

Een verlangen: het vertrouwen hebben dat er iemand is die erbij blijft, die erbij blijft wanneer ik mezelf mezelf toelaat, die erbij blijft als ik niet meer uit m’n tranen kom, die erbij blijft als ik niet meer ‘leuk’ hoef te zijn. Iemand die erbij blijft en dat het oké is. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *