Persoonlijk

In de tussentijd

Eerder gepubliceerd op psychosenet.nl (26/08/2020)

Beste R.

Hoe langer geleden onze laatste sessie is, des te verder weg lijk je te zijn. Ik vind ‘t moeilijk dat we elkaar nu zo’n tijd niet zien en dat er bij mij allerlei gevoelens zitten die nog te maken hebben met de afgelopen sessie. Verdriet, boosheid, schaamte, twijfel, genegenheid, gemis, onzekerheid, angst. Het is best veel om in m’n eentje te dragen. Ik voel me er alleen in, omdat ik de hevigheid van die gevoelens moeilijk uitgelegd krijg aan de mensen om me heen.

Het helpt me om al schrijvende meer grip te krijgen in plaats van alles in m’n hoofd te doen. En: op deze manier doe ik het toch niet helemaal alleen. Ik durf steeds meer te vertrouwen op je blijvende aanwezigheid en steun. Andersom helpt ook: dat jij je in de sessies openstelt naar mij betekent dat je mij vertrouwt en dat is een prettig gevoel.

Ik mis je dus en ik vraag me af hoe ‘gezond’ dat is. Een onzinnige vraag eigenlijk, want het gevoel is er nu eenmaal. Is het ongezond dat ik bij veel dingen die ik doe aan jou moet denken en het graag met je zou willen delen? Het maakt me in ieder geval verdrietig dat je niet op die manier in mijn leven bent en dat het niet op die manier wederkerig is.

Ergens is er dat kleine meisje dat door jou gezien wil worden, goedgekeurd, gewaardeerd. Wat denk je: kan ik dat meisje vertellen dat haar leegte nog wel gevuld wordt, of moet ik haar de deur wijzen? Eerdere hulpverleners hebben me gezegd dat mijn verlangen om gezien te worden te groot is, dat ik er een te ideaal beeld van heb en dat ik dat moet aanpassen. Wanneer mensen me zeggen dat ik me moet aanpassen, ga ik er alles aan doen om me maar niet te hoeven aanpassen.

Een van jouw stokpaardjes is dat ik op zoek moet naar activiteiten die ik in een groep kan doen. Nu ik dit schrijf ben ik op retraite in een klooster met een groep. Het thema van het weekend is verbinding. Nou, die verbinding blijft toch een zoektocht, ook nu. Er is een gevoel dat zich ooit in mij heeft genesteld en ik maar niet kwijtraak: ik ben anders, minder goed dan de ander en de angst dat dit is wat het is. Alles wat is, is nu (of zoals Dimitri Verhulst schrijft: ‘wat was, was. Het was wat’). Maar wat als ik dat ‘nu’ niet leuk genoeg blijf vinden? Wat als ik een stevige bodem onder mijn voeten blijf missen?

In de retraitegroep is ruimte voor het delen van kwetsbaarheid, van worstelingen en zoektochten. De anderen hebben het over verbondenheid, gedragenheid en tevredenheid naar aanleiding van het delen van die dingen. Grote woorden voor grote gevoelens. En ik voel de welbekende mist in mijn hoofd, woorden zijn weg, ik ga zweten, word draaierig en raak de vaste grond kwijt. Ik voel tranen opkomen en wil verdwijnen. Hoe mensen toch kunnen huilen in het bijzijn van anderen, het blijft me een raadsel.

Het lukt me niet me verbonden te voelen, veilig of gedragen. Ik blijf me zo alleen voelen.

In boeken vind ik soms die verbinding. Ik voel me vaak niet begrepen in de intensiteit van wat ik voel of meemaak en soms zie ik het ineens opgeschreven staan. Zo kwam ik, terwijl ik je zo aan het missen ben, de volgende tekst tegen (ik weet niet van wie, ik maak vaak foto’s van fragmenten en vergeet daarbij de schrijver en het boek op te slaan):

Het liefst wil ik diegene die ik mis dan onmiddellijk zien en er van alles mee gaan doen en eigenlijk wil ik diegene vertellen dat ik ‘m zo gemist heb, dat ik er bijna gek van werd bij voorbeeld, maar dan blijkt dat je dat helemaal niet tegen iemand kan zeggen, want die gaat zich plotseling enorm belangrijk voelen, zodat-ie geweldig arrogant wordt, omdat het natuurlijk heerlijk voor een mens is om zo erg gemist te worden, maar omdat hij of zij zich dan ineens zo ongehoord zelfverzekerd gedraagt, vind ik er niks meer aan en weet ik niet hoe snel ik weg moet komen, tot ik diegene een tijd later toch weer begin te missen. Met de liefde zal het wel net zo iets zijn. Want iemand erg missen is natuurlijk net zo iets als liefde, misschien is iemand missen wel de enige vorm van liefde.

Als ik dit lees, voel ik me weer even een deel van een groter geheel, in plaats van allenig mezelf zijn.

Hartstikke hartelijk hoop ik dat je een fijne vakantie hebt. Kom vooral uitgerust, goed gestemd en veilig weer terug.

Groeten,
Anne


Deze tekst is onderdeel van een lopend project: ‘Daar ben ik weer’ – brieven aan mijn psychiater. Meer weten over het project? Neem contact met me op en/of sponsor het project met een donatie via Ko-Fi!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *