Stigma en psychische kwetsbaarheid

In februari 2017 heb ik het woord MENS laten tatoeëren op de binnenkant van mijn onderarm. Twee maanden eerder kwam ik thuis na een tweede opname in een ggz-instelling. Ik had opnieuw gekozen voor het leven, iets wat een vriend van mij, die ik tijdens mijn eerste opname had leren kennen, niet had gedaan. Kiezen voor het leven betekende medicatie en dagbehandeling. Om dat vol te houden moest (en moet ik nog steeds) mezelf eraan blijven herinneren dat ik een mens ben. Om twee redenen: ik moet stoppen met het onmogelijke van mezelf te verwachten, want ik ben ‘ook maar een mens’. En: ik ben een mens, geen diagnose, geen label.

Sinds september 2018 ben ik ambassadeur van de stichting Samen Sterk Zonder Stigma. Het doel van deze stichting is het stimuleren van sociale acceptatie en gelijkwaardige behandeling van mensen met psychische aandoeningen door het bespreekbaar maken van deze aandoeningen. Als ambassadeur werk ik mee aan dat doel door open te zijn over mijn psychische kwetsbaarheid, door mijn verhaal te vertellen en daarmee iets teweeg te brengen. Een reactie, een vraag, betekenis, (h)erkenning, begrip, verwarring – een dialoog.

Opname en stigma
Ik ben mezelf, als mens, een tijd kwijt geweest. Dat komt niet alleen door mijn psychische ziekte zelf, maar ook omdat het vrij makkelijk is om jezelf kwijt te raken in de ggz-wereld. Opgenomen worden in een ggz-instelling is iets geks: je woont samen met andere zieke mensen en je bent allemaal aan de zijkant van de maatschappij geschoven. Je woont niet thuis, hebt geen werk, niet je gewende dagstructuur en sociale omgeving. Er ontstaat een rare groepsdynamiek die zowel steunend als competitief kan zijn. Wie mag er als eerste naar huis? Of juist: wie mag er het langst blijven?

Ik merkte dat ik me anders ging gedragen dan ik van mezelf gewend was. Door die groepsdynamiek, door het feit dat ik ineens met allemaal onbekende mensen samenwoonde, dat ik medicijnen moest slikken en niet te vergeten omdat er een vergrootglas werd gelegd op mijn ziekte en daarmee mijn gedrag. De enige ‘normale’ mensen zijn de hulpverleners met wie je praat en zelfs die gesprekken zijn niet normaal, niet zoals in de ‘buitenwereld’. Die hulpverleners noemden mijn gedrag ‘passief agressief’, ‘splittend’ en vonden dat ik ‘uitageerde’. Ook werd een verzoek van mij om langer opgenomen te blijven afgewezen, omdat ik als ‘borderliner’ snel zou ‘institutionaliseren’.

Laat ik vooropstellen: ik ben blij dat ik opgenomen kon worden en dat ik zo goed mogelijk ben verzorgd en behandeld. Toch heb ik nu, als ik erop terugkijk, het idee dat ik meer als ‘patiënt met label X’ behandeld ben dan als Anne, als mens. Ik had mezelf nog nooit eerder als borderliner, geïnstitutionaliseerd persoon met passief agressief gedrag gezien. Ik denk dat ik me meer ben gedragen naar wat er over mijn gedrag werd gezegd, totdat ik mezelf helemaal kwijt was. Dit is een van de voorbeelden waarin ik stigma heb meegemaakt en waardoor ik mezelf ook flink ben gaan stigmatiseren.

Zelfstigma vs. Zelfrespect
Zelfstigma en zelfrespect zijn geen goede maatjes. Het is het een of het ander. Omdat ik zelf ben gaan geloven in de negatieve vooroordelen die bestaan rondom mijn psychische aandoeningen, ben ik mezelf slecht gaan behandelen. Niet eerlijk zijn over hoe het met me gaat en wat er met me aan de hand is, is een voorbeeld daarvan. En doordat ik niet eerlijk was, bleef ik aanlopen tegen stigma in mijn omgeving; in de media, in gesprekken met vrienden en op de werkvloer. Er heersen zo veel negatieve vooroordelen over psychische aandoeningen en ik ging overal in geloven – juist omdat ik niet eerlijk was tegenover mezelf en anderen.

Het jezelf niet serieus nemen en niet eerlijk zijn tegenover jezelf, is iets wat veel mensen herkennen, denk ik. In een prestatiemaatschappij als deze is het moeilijk om naar je lichaam te luisteren en op tijd nee te zeggen tegen je werk, vrienden of in je relatie. Omdat ik psychisch kwetsbaar ben, moet ik vaker dan de gemiddelde leeftijdsgenoot nee zeggen. Door mijn obsessief-compulsieve persoonlijkheidsproblematiek heb ik altijd een druk hoofd, ben ik altijd alert en snel geprikkeld. Daar ben ik me bewust van, maar ik steek gerust nog vaak mijn kop in het zand. Gevolg: overprikkeling, lichamelijke uitputting, depressiviteit en zelfs suïcidaliteit.

Hard werken
Waarom steek ik mijn kop in het zand terwijl ik weet dat niet op tijd op de rem staan gevaarlijke gevolgen kan hebben? Daar is ‘ie weer: zelfstigma en dus geen zelfrespect. Ik ben toch een jonge, slimme, sociale vrouw? Ik ben toch niet ziek? Ik stel me aan, ik verzin dit.
Psychische aandoeningen zijn verzinsels = stigma.
Ik ga daarin geloven = zelfstigma.
Omdat ik geen ‘bewijs’ heb voor mijn ziekte, bestaat het niet. Omdat de samenleving en ik het niet kunnen zien, bestaat het niet.

Maar ik ben wel ziek. Ik kan niet genezen, niet met medicatie, niet met een behandeling. Ik kan wel heel goed met mijn aandoening leren omgaan, maar daar moet ik hard aan werken. Dat is het: werken. Net als een gewone baan, maar dan aan de zijkant van de maatschappij. Want het is voor iedereen zo veel makkelijker om te zeggen dat ik naar de tandarts moet en drie gaatjes heb dan vertellen dat ik antidepressiva slik, psychoanalyse volg en herstellende ben van een crisisperiode.

Makkelijker, maar het maakt me niet gelukkiger. Integendeel: het maakt eenzaam. Daarom wil ik nu over mijn psychische kwetsbaarheid schrijven en praten. En: omdat ik weet dat open zijn heelt, niet alleen mijzelf, maar ook mijn omgeving, anderen met een psychische kwetsbaarheid en uiteindelijk de samenleving in het algemeen. In de hoop dat wij als mensen iets meer mens mogen zijn.

Gerelateerde artikelen