Aan jongensnamen geen gebrek

op de fiets wordt niets gezegd
toch tel ik zachtjes hardop tot tien steeds opnieuw
de hele rit om spaakbenen te voorkomen

de cijfers die ik uitspuug botsen tegen uw rug die bovenmenselijke muur
van altijd overal een antwoord op weten en via mijn neus adem
ik de getallen weer in voor ze geluid kunnen maken en u
me terechtwijst dat ik geen ongelukken kan afwenden er bestaat niet zoiets als

na jongensbaan werd u vader of was dat altijd al geweest
ook zonder zoon of iets wat daarop leek

zelfs wanneer ik mijn bovenlijf heen en weer slinger
is er geen evenwicht om te verliezen
niemand weet dat ik bid voor een gat in de weg

steeds sneller rennen de cijfers m’n mond uit tot
uw rug kleur geeft en wagenwijd openscheurt een tong
me naar binnen wikkelt en ik de u word die de fiets bestuurt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *