DOCHTER, ZUSJE, MEISJE

Ik ben een individueel wezen,
kom op voor de zon,
sla haar gade – vanochtend
smeerde ik tandpasta op beide oogleden
en wierp een televisie in bad.

Het huis dat opging rook
toen pas naar een thuis.

Ik ben een individueel wezen,
niet in een kudde of een zwerm.
Ik ben een dochter, zusje, meisje,
nooit een moeder of vrouw.

Het duurde slechts twaalf dagen tot
de huid mij begon te bevreemden,
niets klopte nog, nu
omhul ik me met veren.

Ik ben je dochter en je zusje, meisje,
was nooit een moeder of een vrouw.
Ik ben een vogel zonder vleugels,
een Icarus die niet opstijgt, een

dochter en een zusje, meisje, beweeg me
toch langzaam naar de zon
waar ik doodga, een uit het oog
gewreven wimper word.

Gerelateerde artikelen