Eend

Hoeveel teksten zijn wel bijna niet begonnen?
Ook ik ben bang dat ik op een stapel terechtkom, ongelezen
of alleen door je vrouw die wel van gedichten houdt.

Ik denk vaak aan de rand van je keukentafel
of een willekeurige keukentafel maar in ieder geval
een plek waar jij thuis bent, ik denk aan die tafel en aan
waar jij de rand raakt, zo veel lager in het lichaam.
Je leunt daar maar en ik wil van mijn handen af
(waar dragen we op dit soort momenten onze
handen, armen, schouders, oren?)

Ik zie je sleutelbeenderen, ik brak ooit mijn rechter
maar daar bleek niets aan te doen en dat was de eerste
van talloze keren dat een dokter mij dat zei
en alsof dat niet erg genoeg is zeggen ze ook vaak:
je bent een eend.

Soms kijk ik zo lang in de spiegel
dat ik mijzelf binnenstebuiten staar,
organen bewegen losjes mee met de wind
maar nooit zie ik een snavel.

Ik zie geen dons op mijn huid, ren wel als
een onvolgroeide hond op mensen af, op mannen bijvoorbeeld
mannen met te korte pantalons en hoge lijntjessokken
mannen die iets goed te maken hebben
mannen op kantoor
mannen die andere mannen zoenen
mannen die me in bad zetten en natte slierten
haar achter mijn oren stoppen
mannen met hoge stemmen
mannen die niet mooi zijn en ook niet per se lelijk
mannen die een vader kunnen zijn

dus even terug naar het begin, snap je nu
dat ik niet in de handen van je vrouw hoor?
Hier ben ik dan, man tegen de keukenrand, man in dokterstenue, man met lengte, alsof je altijd op me hebt gewacht, ik ben nu letters op papier, ik ben nu hand, ik ben nu halve sleutelbeen, ik ben nu half mens misschien beperkt tot organen, niets meer aan te doen, ik ben nu eend, jouw dolle hond.

Gerelateerde artikelen