Poëzie

Indruk

I

dicht tegen de golven
geen geluid

met deo volgespoten jongelingen rennen voorbij
verderop de geur van natte vacht, het water
nog op de uit de bek gehangen tong

ik ben de zee die zichzelf steeds weer terughaalt
zeg je, achter je ogen geen wind

je maakt geen voor- en nadelenlijst
schrapt niet de klinkers uit de zwaarte
(zie je, je kunt altijd nog dichter worden)

‘een ontkenning heeft een grotere emotionele waarde dan een bevestiging’
je bent niet ziek, verliest alleen je stekels

het leven maakt geen geweldige indruk
of ik dat al wist, zeg je

een knipoog, je wang houdt geen wimper vast
het lijf zegt: vanaf nu laat ik niets meer los

II

je lengte overrompelt me
gisteren nog keek ik naar de knik in je rug
toen ik achter je aan liep, hand
in hand met vingertoppen van glas

niet van mij, hand langs ruggengraat, over
het hoofd, de haarvaten open

je doet een vogel na, daarna een ander
dier, vocht loopt uit de neus, zand schaaft
knieën kapot, onbestemde geuren, op de tong
nog de kleur van ziek, het doet je niets –
je bent hier en gevangen in een leeftijd

‘ik vind het prettig een beetje verwaarloosd te worden’

mensen komen ons tegemoet
sperren hun ogen wijd, jij stuwt
aangeleerde aangeklede woorden uit je mond

ik zet mijn gedachten rechtop:
wat verdween met de ziekte mee?

er zijn mensen die een kuil in hun wangen
lachen, anderen verplaatsen alleen wat vel
en bij jou knalt de huid open

Gepubliceerd in Tirade 485 (Van Oorschot, 2021)