Vissen

We liggen in het midden van mensen,
als kinderen stapelen we elkaar op.

We zijn eigenlijk nooit thuis,
niet vandaag, vorige week
waren we nog meisjes,
leerden stemmen kennen en
groeiden elkaars buik kapot.

In het raam staan we geschouderd –
naar welk beeld bewegen we,
bouwen een vuist en
wissen zijn losse handjes uit?

Eerst stapt hij mijn en later
jouw dijbeen in, nergens is
nog een huis te zien, een dak
boven onze lijven, we
druppen en druppen natter

tot het nergens meer droog
en wij elkaar enkel nog
al trillend vanuit organen
verhalen vertellen.

Gerelateerde artikelen