Poëzie

vooruitgang

(i)

dit is een herinnering
een lichtknopje

naast de voordeur
het slot van de voordeur
de sleutel in het slot van de voordeur
de sleutel uit het slot van de voordeur
de klink van de voordeur
de klink de klink de klink de klink de klink
een houdgreep

de voordeur
naast de voordeur een lichtknopje
het lichtknopje
het lichtknopje
het lichtknopje

tegenover de voordeur een tafel
op tafel een eerste regel
de eerste regel
de eerste regel hardop
een stem
is mijn stem is de stem in deze ruimte

deze ruimte een huis
de eerste regel
de stem is mijn stem is de eerste regel

(ii)

dit is ook een herinnering
een glas water

een vol glas water dat je op moet drinken
(anders droog je uit of stik je in je kots vannacht
in beide gevallen ga je dood)

en dan de ochtend
waarop alles terugkomt:
armen om je schouders
handen met ontelbare vingers
een tong achter je
in je oor om je tepel een wijs-
en middelvinger – de taal werd uit je lichaam gewreven

tel stil het klikken van het lichtknopje

languit lig je tegenover de voordeur
de huid heet, een vuist knalt
je snuift de kilte op
uit je huid, uit je ogen
uit je bloedende tong
het lichaam brandt

op tafel die ene regel
je wacht op een woord 
dat als een wond openscheurt

(iii)

dit is geen herinnering
maar vooruitgang

zelfgemaakte limonade
stoppelbenen, kamerplanten

een bank
een witte bank met een witte kat
op tafel het gedicht
geen ruimte om in te wonen

de voordeur en het lichtknopje
onaangeroerd
denken dat nergens heen hoeft

een lichaam dat aan één toebehoort

dit is vooruitgang:
dagen die zich voortslepen
een mensenlichaam dat ademhaalt
een kattenlichaam dat ademhaalt
zelfs de bodem schijnt adem te halen
alles is doorzichtig

de witte bank
de witte kat
op schoot van de ik
geen slotregel

Gepubliceerd in Hollands Maandblad 2018-10.