Proza

Brieven die ik nooit verstuur

Het is lente, maar de dagen gaan traag en mijn hoofd zit vol. Er hangt een mist voor mijn ogen waardoor ik je niet goed kan zien. Langzamerhand vergeet ik hoe je huid op mijn huid voelt. Hoe langer dat geleden is, des te meer je een soort schim wordt waarvan ik me afvraag of er wel een echt persoon aan verbonden is. De gevoelens die met dit gemis gepaard gaan, krijg ik niet onder controle, die gloeien en grommen zo in mijn lijf dat ik coronavrezend naakt tegen je aan wil liggen.

Ofwel: het sociaal isolement raakt me hard. Technisch gezien ben ik helemaal niet zo sociaal geïsoleerd, maar praktisch gezien ben ik in het stadium van disconnectie, omdat ik al zes weken geen ander mens heb geknuffeld en mijn kat nu wel gek wordt van dat continue liefdesgedoe van mij.

Mijn huid laat langzaam los. Ik heb je nodig om ook weer een onderlichaam te hebben, of handen, schouders, een rug. Aanraking is de bevestiging van ons bestaan. Guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours: soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten. Hoe troosten wij elkaar nog?

Weet je, het is eigenlijk gek dat ik zo naar je lichaam verlang. Bij elke stap die je dichterbij zet, zet ik er één terug – ook al in pre-corona-tijden. Als je mijn hand pakt, wil ik zowel graag je hele arm opeten als m’n hand direct weer terugtrekken. Er zit een monster in mij dat het dan overneemt en me vertelt dat er iets gruwelijk mis is met mij en dat jij dat niet te weten mag komen.

Datzelfde monster is ervan overtuigd dat ik mezelf tot extremen moet brengen om te kunnen voelen dat ik er ben. Denk je dat het bestaat: mensen bij wie leven echt niet lukt?

Het is iets wat me extra bezighoudt deze dagen van huidhonger. Eerder beschreef ik al dat een voorwaarde van zingeving is dat je je verbonden voelt met voor jou belangrijke mensen, waarden of dingen om je heen. Wat als die verbinding er niet of minder is? En: wat als je die verbinding niet kunt voelen omdat je de verbinding met jezelf kwijt bent?

Ik wil dat je me vasthoudt als ik mezelf deze en meer vragen stel. Ik wil mijn hoofd in je oksel kunnen verstoppen als alle mogelijke antwoorden door mijn hoofd razen. Ik wil bij je kunnen uitrusten, kunnen blijven ademhalen als je me aanraakt. Ik wil me vrij voelen in mijn lijf, voelen dat er meer is dan alleen het hoofd dat ergens door de ruimte zweeft. Ik wil mijn nagels niet uit te hoeven slaan als jij jouw hoofd op mijn buik neerlegt (waar lang niet alle hoofden voor geschikt zijn).

Maar dat kan nu dus allemaal niet en zoals je weet heb ik geen talent voor acceptatie en verdragen. Ik ben dat stampvoetende kind dat vecht tegen de situatie zoals ‘ie nu eenmaal is. En als je me gaat zeggen dat het ‘echt wel goedkomt’ of iets soortgelijks waaruit blijkt dat je me niet serieus neemt, bijt ik je vingers eraf.

Toen mijn therapeut doodleuk aan me vroeg wat ik dan zo vervelend vond aan onze digitale therapiesessie, werd ik zo kwaad dat ik mijn laptop bijna uit het raam gooide (ik ben sowieso al aan het sparen voor een nieuwe laptop, omdat ik verwacht dat het een keer gaat gebeuren). Hij benoemde de voordelen, zoals dat ik in mijn eigen, veilige omgeving ben, dat de afstand juist tot minder spanning leidt, dat ik niet hoef te reizen.

En dat we elkaar toch kunnen zien en dus ook kunnen ervaren dat we er allebei zijn. ‘Maar ik ruik je niet,’ zei ik. Ik mis het ritueel van zenuwachtig de trein instappen, dezelfde route lopen, nog zenuwachtiger in de wachtkamer uit het raam staren en mijn hartslag voelen versnellen als ik zijn voetstappen hoor. Het is een heilig ritueel en daar moet iedereen vanaf blijven. Ik wil hem elke keer opnieuw een zweethand kunnen geven, me daarvoor keer op keer schamen, met knikkende knieën achter hem aan lopen de kamer in en de eerste vijftien minuten tot rust komen van dit ritueel door naar alles in zijn kamer behalve hemzelf te kijken.

De lichamelijke sensaties zijn voor mij het bewijs dat ik leef, dat ik een mens ben met allerlei gevoelens en dat er een ander mens is die veel voor mij betekent. Zonder deze lichamelijke sensaties heb ik er vrij weinig zin in, dat leven, en zo. Daar zag hij wel wat in, die uitleg van mij.

En jij? Het is eigenlijk vrij eenvoudig: ik wil je voelen en van dat voelen word ik een beetje raar maar een beetje raar is ook wel weer spannend. Ik ben zo bang om langzaam uit te doven als ik de connectie met jouw en dus ook mijn lichaam kwijtraak. Dat is iets wat ik al een jaar of vijftien heb gedaan: alles dood-rationaliseren waardoor ik uiteindelijk dood wilde. Nu weet ik dat het een noodzaak voor me is om af en toe iets van vel vast te pakken, ook al wekt dat een enorme angst bij me op.

Mag ik je alsjeblieft binnenkort knijpen?

1 Comment

  1. Esther schreef:

    Super mooi en inlevend en invoelbaar geschreven 😘

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *