Rondjes lopen op dezelfde plek
In juli 2023 eindigde mijn behandeling plots en ruw. Sindsdien heb ik geprobeerd binnenboord te blijven. Ik heb andere plekken onderzocht, ik heb mezelf onderzocht, me laten onderzoeken. Vragen beantwoord. Vragenlijsten ingevuld. Klachten uitgelegd. Geprobeerd woorden te geven aan een voorgeschiedenis. En: aan die nog niet zo lang geleden geschiedenis, in de ggz zelf.
Nog loop ik rondjes op dezelfde plek. Er is geen behandeling. Ik wacht, maar ik weet eigenlijk niet waarop. Er is zorgvuldigheid gezien de opgelopen beschadigingen in de therapeutische relatie, er is handelingsverlegenheid, er is onzekerheid. Er is een ggz-organisatie waar de bestuurders zeggen dat de organisatie voldoende aanbod heeft voor de klachten die ik omschrijf. Er is de praktijk, in diezelfde ggz-organisatie, waarin men niet weet waar dat aanbod dan is. Er is ‘heel vervelend’ en ‘we willen je graag helpen’. Er is tegelijkertijd met ‘je hoeft niet alles zo alleen te doen’ ook ‘waar denk jij nog aan?’ Rondjes op dezelfde plek.
Er zijn overleggen, talloos. Zonder mij, over mij. Er zijn zoektochten naar expertise, kennisuitbreiding, opleidingsmogelijkheden. Er is een leidinggevende die dat dan moet goedkeuren. Dezelfde leidinggevende die mij klemzette in gesprekken tijdens de inspectie-onderzoeken. Dezelfde leidinggevende die, nu er door de organisatie erkend is dat er toch wel het een en ander mis is gegaan, had gehoopt dat ze eerder had ingegrepen. Daar wel echt slapeloze nachten van heeft gehad.
Er is constant voor mezelf opkomen. De verwarring voorbij proberen te komen – was het misschien toch niet? Denk ik alleen maar dat? Er is het uitschrijven van klachten, verweerschriften, bewijsvoering, pleitnota’s. Alleen. En opnieuw. Rondjes lopen op dezelfde plek: over mijn slapeloze nachten niet gesproken.
Er is mijn verlangen om buiten deze ggz-organisatie, waar de herbeschadiging heeft plaatsgevonden, een behandeling te vinden. Er is echter het verdwijnen van de restitutiepolis, er zijn volgeboekte individuele aanbieders. Er is de noodzaak om al een ambulante behandeling te hebben om een traject te mogen volgen bij een bovenregionale aanbieder. Er is vastlopen in een systeem, een systeem dat wil maar niet kan.
Er is dus, elke keer weer, mijn kaken op elkaar klemmen en hetzelfde gebouw betreden waar ik toen ook. Er is dezelfde deur, dezelfde trap, hetzelfde koffieapparaat. Er is blijven ademen als ik schrik omdat ik hem denk te zien. Er is in kamers zitten tegenover mensen en afvragen wat ze met mij gaan doen. Er zijn woorden die ik wegstop in een ruggenwervel. Er is mezelf zeggen dat ik me niet zo aan moet stellen – hard is het enige wat nu overeind houdt.
𝘦𝘳 𝘪𝘴 𝘩𝘦𝘵 𝘸𝘪𝘵𝘩𝘦𝘦𝘵 𝘶𝘪𝘵 𝘫𝘦 𝘭𝘪𝘫𝘧 𝘴𝘭𝘪𝘬𝘬𝘦𝘯
𝘦𝘦𝘯 𝘬𝘯𝘢𝘭 𝘰𝘮𝘩𝘦𝘭𝘻𝘦𝘯, 𝘥𝘦 𝘯𝘢𝘤𝘩𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘥𝘳𝘢𝘨𝘦𝘯